NOTITIE 23: JE MOET GEWOON BLIJVEN LACHEN
Naar welke middelbare school zou ik gaan? Ik werd er bewust van omdat ik een boek met veel vragen over wiskunde zag toen ik in het vijfde jaar van de lagere school zat.
NOTITIE 22: GAME OVER
Voordat je met je PlayStation een spel kon spelen, moest je eerst een CD-rom kopen. CD-rom stond voor “Compact Disc Read-Only Memory”. Dus het was een schijf waar je normaal muziek opsloeg, en dan kon je via een toestel zoals een radio of een lezer naar de muziek luisteren.
NOTITIE 21: NIETS WAS VOOR ALTIJD
Willem, mijn buurjongen, ging altijd naar ons huis. Hij zat naast mij en keek naar het scherm terwijl ik speelde met mijn PlayStation. Hij woonde naast ons, in een verlaten huis samen met zijn ouders en twee oudere zussen.
NOTITIE 20: EEN VERHAAL WAAR IK CONTROLE HAD
Er was een schoolformulier dat ik moest invullen. Ik had mijn moeder nodig voor sommige informatie. De naam van mijn vader kende ik, maar zijn job niet.
NOTITIE 19: HET GROTE WITTE HUIS
Mijn neefjes, Jens en Niels, woonden in een groot wit huis. Het was alsof het een herenhuis was. Ze woonden samen met andere leden van hun familie aan moederskant.
NOTITIE 18: DE DRAAK, DE TREIN EN HET KIND
Ik ging altijd naar het PlayStationcentrum en ik keek alleen naar de mensen die speelden. Ik had geen geld. Soms gaf mijn moeder mij een paar munten om te spelen. De eerste keer dat ik een spel probeerde deed ik mijn handen pijn. Ik was zo hard met de controller.
NOTITIE 17: HET PLAYSTATION CENTRUM
Het was tijdens de vakantie voor mijn vierde of derde jaar toen ik iets nieuws ontdekte over een nieuwe technologie uit Japan. Het was warm en ik verveelde me. Ik wist niet waar iedereen was. Niemand speelde in de straat.
NOTITIE 16: “LESTER BAKLA”
Toen zat ik in mijn derde jaar van de lagere school. Ik was 9 jaar oud. Ik probeerde goed om te gaan met de omgeving en het systeem: cijfers bepaalden je rangorde in de klas, en je rangorde bepaalde of je een goede student was.
NOTITIE 15: DE NACHTVLINDER
“Dit shirt is gemaakt in Amerika. Dit is van goede kwaliteit,” zei mijn mama met veel enthousiasme. Mijn mama was dol op Amerika. Iets dat met Amerika te maken had was altijd goed.
NOTITIE 14: TE VER WEG OM TE BLIJVEN
Mijn grootvader, de vader van mijn moeder, Amang Freddie, werkte in het Midden-Oosten. Hij was daar huisschilder. De eerste keer dat ik hem zag, was toen hij terugging naar de Filipijnen, zonder een retourticket.
NOTITIE 13: TUSSEN LUNCH EN ALLEEN ZIJN
Fried chicken. Dat was mijn favoriete maaltijd in de kantine van onze school.
NOTITIE 12: OP ZOEK NAAR EEN TEKEN
Slimme leerlingen bewonderden me altijd. De juffrouwen hielden van hen. Hoewel ik niet echt slim was, was ik op een dag verrast.
NOTITIE 11: WAT IK NIET HAD MOETEN ZEGGEN
In mijn tweede jaar in de lagere school, moest ik weer mijn moed verzamelen en naar een nieuwe klas gaan met kinderen die ik nu kende. Maar ik was meer zelfverzekerd.
NOTITIE 10: DRIE JAAR VERSCHIL
Ik had een neefje. Mijn moeder had twee zonen, Evert en ik, mijn oudere broer, terwijl haar zus had maar één, Kenny.
“Wat wil je worden in de toekomst?” vroeg mijn grootmoeder.
NOTITIE 9: TOT WIJ MOE WAREN EN HONGER HADDEN
Het was altijd heel warm in de Filipijnen, ten minste dertig graden. En vochtig. En na lunch was het een gewoonte om een dutje te nemen. Maar as kind wilde ik niet slapen in de namiddag. Ik had veel energie.
NOTITIE 8: DROMEN VAN DADDY LONG LEGS
En in een ogenblik, ging de tijd snel voorbij. Ik was klaar met mijn eerste jaar in de lagere school.
NOTITIE 7: EEN UITSTAP IN HET PRETPARK
In het midden van het schooljaar mochten wij meegaan op een uitstap buiten het klaslokaal. Het was naar een groot pretpark in Laguna, een provincie in het zuiden van Manilla.
NOTITIE 6: DE STEM DIE NIET MOCHT BESTAAN
Tante Lise, mijn moeder haar zus, speelde graag piano. Er was één dag waar onze familie moest zingen in een koer. Ik, mijn broer, en mijn neefje, Kenny, moesten oefenen.
NOTITIE 5: GELOVEN ZONDER BEGRIJPEN
De kerstvakantie begon in december. Na de toetsen vierde de klas een kerstfeestje waar wij cadeautjes uitwisselden en daarna waren de rest van de dagen vrijheid. Geen schooldagen meer, eindelijk.
NOTITIE 4: ONDER HAAR STEM
Als kind geloofde ik mijn moeder. Ik deed niet altijd wat zij wilde. Maar zij kon heel eng zijn elke keer dat ik haar niet volgde. Eens had ik chocolade uit de winkel gestolen. Ik was zeker dat niemand mij zag.